Je kunt het alleen niet meer zien.

Deze tekst staat bovenaan de rouwkaart van Joke. We vonden de handgeschreven regels tussen een stapel papieren, die we doornamen nadat ze was overleden. Joke had geen kinderen en bijna geen familie. Ze leefde als een kluizenaar. Alleen de buurman kwam dagelijks langs om boodschappen te brengen. Toen hij een keer ’s morgens aanbelde deed ze niet open. Ze was ingeslapen, op 83-jarige leeftijd.

Ik werd in de vroege ochtend gebeld door een notaris, die me vertelde dat hij executeur testamentair was van Joke. Hij was benoemd om haar zaken te regelen na haar overlijden. Hij vroeg me haar op haar woonadres op te halen en over te brengen naar een uitvaartcentrum.

Samen met mijn vrouw ging ik op pad met onze rouwauto. Bij het huis aangekomen wachtte de notaris ons op. ‘Ze ligt op de bank’, zei hij, terwijl hij ons binnen liet. De gordijnen waren gesloten, terwijl het een zomerse dag was. Binnen was het donker. Joke lag op de bank, alsof ze sliep. Ze droeg een blauwe duster. ‘Haar lievelingskleur’, zei de notaris terwijl hij naar de met veel blauw ingerichte kamer wees.

Ze leek een belezen vrouw. Een kamergrote, gevulde boekenkast. Op de tafels en op de grond lagen stapels tijdschriften en boeken. In een hoekje van de kamer stond een tafeltje waarop folders en foto’s waren uitgestald van de Hurtigruten postbootroute tussen Bergen en Kirkenes in Noorwegen. Het leek wel een soort altaar en later zou duidelijk worden dat Joke deze tocht meerdere malen gemaakt had.

Nadat Joke was weggebracht naar een uitvaartcentrum besprak ik de uitvaart met de notaris. Er lag een stapel papieren en documenten voor hem op tafel en hij liet me enkele handgeschreven brieven zien. Het waren onder andere Jokes instructies en een adressenlijst om de rouwkaarten naar toe te sturen. Haar tandarts stond er tussen, haar boekhouder, haar kapper, een vroegere vriendin, een paar kennissen, haar buurman en een ver familielid.

In een kort briefje aan de notaris persoonlijk stond: ‘Ik hoop nog eens de Hurtigruten postbootroute te mogen bevaren, want het is het mooiste wat ik ooit gedaan heb.’ Juist door dat zinnetje kreeg haar uitvaart vorm.

We lieten een bloemstuk maken met de kleuren van de Noorse vlag voor op haar uitvaartkist. Op de rouwkaart plaatste ik een foto van het Noorse schip. Op de dag van haar uitvaart kwam een vijftal voor elkaar onbekende mensen in een rouwkamer van het crematorium bijeen, waaronder de notaris. We gingen zitten en ik stelde de aanwezigen vragen over Joke. En zo bleek dat de belangstellenden toch iets gemeen hadden: ze kenden Joke allemaal en spraken over haar vanuit een eigen invalshoek. In een levendig gesprek kreeg haar leven vorm en zagen we haar voor ons, aan boord van de postboot en
op andere momenten. Het varen staat symbool voor de reis die Joke tijdens haar leven maakte en die ze daarna maakt.

Op de binnenkant van haar rouwkaart vaart een schip van de kijker af, richting de horizon. Totdat het niet meer te zien is. Maar dan is het niet weg.

Het was een bijzondere uitvaart, die ik niet snel zal vergeten, juist omdat het klein en persoonlijk was.

Koop Geersing, uitvaartverzorger