Rob staat op vanaf de tweede rij stoelen. Zijn vrouw geeft hem een bemoedigend knikje: ‘Je kunt het!’ Uit de binnenzak van zijn jasje haalt hij zijn gisteren geschreven speech. Hij neemt een slokje water. “Hoewel Carel er niet bij is, is hij toch hier”, begint hij de woorden over zijn broer. Carel is een week geleden in alle rust overleden, nadat twaalf jaar geleden – bij toeval – de ziekte van Kahler bij hem was ontdekt, een kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg.

Ik ontmoet Carel voor het eerst een half jaar eerder tijdens een gesprek ‘aan de keukentafel’. Zijn vrouw Marlies en hun vier kinderen zijn er allemaal bij. Ik word direct geconfronteerd met Carels Amsterdamse humor: “Ik hoef hier niet bij te zijn, want ik ga toch dood.” Het is zijn manier om erover te praten.

Carel is altijd een sterk mens geweest en is gek op dieren. Hij bouwde twintig jaar lang met zijn Marlies aan een eigen huis en kocht ooit een camping in het noorden van het land. Met zijn zangvogels wint hij overal prijzen.

Zijn ziekte werd bij toeval ontdekt toen hij – na het controleren van de electrische bedrading onder een caravan – niet meer rechtop kon lopen en naar de dokter ging. Daar kwam na onderzoek het slechte nieuws. Met vallen en opstaan verloopt daarna de rest van zijn leven. Carel blijft een optimist en leeft zijn leven intensief. Ook al wordt dat steeds moeilijker.

Na die eerste ontmoeting kom ik vaker bij de familie. Carel en Marlies hebben besloten zijn lichaam na zijn overlijden te schenken aan de wetenschap: “Misschien heeft een ander er in de toekomst iets aan’. Carel had daarover contact opgenomen met een aan een universiteit verbonden ziekenhuis en hij voldoet aan de voorwaarden. Ons gesprek gaat vervolgens over de dag van zijn overlijden. Als iemand zijn lichaam aan de wetenschap nalaat, wordt dat binnen 24 uur na overlijden overgebracht naar het ziekenhuis. Er is dan geen begrafenis of crematie.

Carels kinderen geven aan wél een afscheid te willen organiseren, om ook alle familie en vrienden de gelegenheid te geven Carel te gedenken. En zo komen we op het idee om een week na zijn overlijden een condoleance voor de familie te organiseren, gevolgd door een afscheidsbijeenkomst in een zaal, met aansluitend napraten met koffie en thee.

Twee weken later overlijdt Carel, temidden van zijn geliefden.

Vandaag zitten we in een bomvolle zaal. Vogelkooitjes met bloemen, kaarsen die door Carels kleinkinderen zijn aangestoken. En sprekers. Wat is Carel geliefd! Broer Rob besluit zijn toespraak met een snik in zijn stem: “Carel heeft besloten zijn lichaam beschikbaar te stellen aan de wetenschap, in de hoop dat het bijdraagt aan onderzoek naar zijn ziekte. Ik ben zó trots op hem.” Ik heb een brok in mijn keel. Wat een prachtig afscheid.

Koop Geersing, register uitvaartverzorger