Na een uitvaart op begraafplaats Zorgvlied sta ik bij de uitgang van ’t Paviljoen’, waar de condoléance plaatsvindt. Ik vind het altijd prettig om de gasten uitgeleide te doen. Een echtpaar spreekt me aan. ‘Wat een mooie paarse veters’, zegt ze, naar mijn schoenen kijkend. We raken in gesprek over de afscheidsbijeenkomst. Ze stellen zich voor als Anneke en Harry. Na verloop van tijd nemen we afscheid. De man fluistert in het voorbijgaan: ‘Zij is erg ziek, ik weet niet hoe lang het nog zal duren’. Ik kijk het stel na over het pad en realiseer me hoe dun het lijntje tussen leven en dood kan zijn.

Een half jaar later gaat mijn telefoon. ‘Met Harry. Het gaat slecht met Anneke, we willen de uitvaart met je bespreken’. Twee dagen later zit ik aan haar bed. Ze ligt voor het zijraam van de woonkamer en kijkt uit over de tuin. Ze is even bij. ‘Ik zie geen paarse veters’, grapt ze. Ze valt weer in slaap. Met Harry bespreek ik de details van het komende afscheid. Het stel heeft zich goed voorbereid, want Anneke en Harry weten niet alleen precies wat ze willen met een rouwkaart en muziek tijdens de afscheidsbijeenkomst, er staat zelfs al een baar van wilgentenen boven. ‘Die heeft ze zelf uitgezocht’.

Een baar is iets anders dan een uitvaartkist of mand. Ze zijn er in vele soorten en materialen. De overledene ligt in een wade gewikkeld, een groot doek. En de contouren van het lichaam zijn dus zichtbaar. Anneke en Harry hebben er één meegenomen tijdens één van hun reizen naar India en dat maakt dat de opbaring heel persoonlijk zal zijn.

Er zijn bedrijven die zich specialiseren in het maken van ‘andere’ kisten, manden en baren. Ik werk graag met ze samen omdat hun producten met zoveel passie tot stand komen. De twee bevriende kunstenaars Mark Beerens en Dimitri Jagtenberg maken onder de naam ‘Beerenberg’ kisten en baren met een heel persoonlijk tintje. ‘De moeder van Dimitri had een lang ziekbed en haar wens was dat hij haar kist zou maken en beschilderen. Toen ze stierf heeft hij dat voor haar gedaan. Daarna zijn we gaan googlen naar uitvaartkisten en zagen we dat er hoofdzakelijk bruine kisten waren zonder persoonlijke afbeeldingen en of teksten’.

Radboud Spruit maakt kisten en baren met de hand. ‘De dood bleef voor mij op redelijke afstand totdat mijn moeder overleed. De kist vond ik eng en lelijk. Het dragen deed pijn aan mijn handen. Toen ontstond het idee om ooit voor mijzelf een andere kist te maken, één die er totaal anders uit zou zien. Dat idee bleef jaren in mijn hoofd zitten en uiteindelijk begon ik aan die kist. Vanaf dat moment werd ik gegrepen door het maken van kisten.’

Anneke overlijdt in alle rust. Wij verzorgen haar, wikkelen haar in de Indiase wade en leggen haar op de baar. Een week later is de crematie in Zorgvlied. Tijdens de afscheidsbijeenkomst in de aula zitten haar familie en vrienden om haar heen. Niemand vindt de baar eng. Zij is er bij.